Blogs / 04 december 2025 Bodembeschermende voorzieningen: nieuwe regels Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Daarmee zijn de regels voor bodembeschermende voorzieningen flink veranderd. Onze bodemspecialisten schreven eerder al over het overgangsrecht en het belang van een nulsituatie-onderzoek. In dit artikel lees je wat de nieuwe regels rondom bodembeschermende voorzieningen (BB-CVM) betekenen. Van NRB naar BB-CVM: wat is er nieuw? De zorgplicht bestaat al sinds 1987: bedrijven moeten bodemverontreiniging voorkomen. Vindt toch bodemverontreiniging plaats? Dan zijn ze verplicht de schade te beperken en te herstellen. Tot voor kort gaf de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) daarvoor de kaders. In de Omgevingswet is de NRB vervangen door de module ‘Bodembescherming: Combinaties van Voorzieningen en Maatregelen’ (BB-CVM). In de BB-CVM zijn de activiteiten ingedeeld in ‘bodemrisicocategorieën’, met per categorie de Best Beschikbare Technieken (BBT). Zo voorkom of beperk je bodemverontreiniging. De BB-CVM is, naast de wettelijke eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving, dus hét nieuwe uitgangspunt voor bedrijven die met bodembescherming te maken hebben. Herwaardering van risico’s bij licht verontreinigde grond Een van de opvallendste wijzigingen onder de BB-CVM is de herwaardering van licht verontreinigde (industriële) grond. Voorheen was een onderafdekking, zoals grondfolie, verplicht. De BB-CVM laat zien dat dit niet altijd meer nodig is. Er wordt uitgegaan van een laag risico op uitspoeling, wat bedrijven ruimte geeft in hun aanpak en mogelijk kosten bespaart. Vloeistofdichte vloeren: wat verandert er? Net als in de NRB maakt de BB-CVM onderscheid tussen voorzieningen en maatregelen om bodemverontreinigingen te voorkomen. Een vloeistofdichte vloer is zo’n bodembeschermende voorziening waarbij je vervolgens maatregelen treft om de risico’s verder te beheersen. Voorbeelden van maatregelen zijn: Vloer laten keuren en certificeren om aan te tonen dat deze vloeistofdicht is Certificaat is max. 6 jaar geldig, daarna moet je de vloer opnieuw laten keuren De voorziening elk jaar intern laten inspecteren Nieuwe eis: óók riolering moet vloeistofdicht zijn Nieuw onder de Omgevingswet: bij vloeistofdichte bodemvoorzieningen moet óók de bijbehorende riolering tot aan de slibvangput vloeistofdicht en gecertificeerd zijn. Dat is voor veel bestaande situaties niet haalbaar zonder relinen (nieuwe binnenlaag aanbrengen) of volledige vervanging. Dit zijn ingrijpende en kostbare maatregelen, waar je als bedrijf niet op zit te wachten. Daarom geldt voor bestaande situaties het overgangsrecht: een termijn van 3 jaar om aan deze eis te voldoen. BB-CVM biedt oplossing: afschalen van voorzieningen Diezelfde BB-CVM biedt in sommige gevallen gelukkig ook direct een oplossing. Door een nieuwe indeling in voorzieningen is de term ‘vloeistofkerende vloer’ nu gewijzigd in: Een ‘aaneengesloten bodemvoorziening’ (met dichte naden) en een ‘elementenbodemvoorziening’ (zonder dichte naden) Bij een aantal bodembedreigende activiteiten is een elementenbodemvoorziening inmiddels voldoende. Dit is bijvoorbeeld het geval bij opslag van stoffen in verpakking of bulk. Met als randvoorwaarden dat het wel een geschikte en gesloten verpakking is. Dit kan bij realisatie van opslagruimten een flinke besparing opleveren. Zorgplicht blijft: voorzieningen afschalen = maatregelen opschalen Ook met de nieuwe indeling van voorzieningen in de BB-CVM blijft de zorgplicht die je als bedrijf hebt natuurlijk bestaan. Wel heb je aan de “maatregelen” kant meer vrijheid in het invullen van de zorgplicht. In de NRB lagen maatregelen per categorie feitelijk allemaal vast. De BB-CVM geeft je nu bij vergunningplichtige activiteiten de keuze om voor een ‘lichtere’ voorziening te gaan en de risico’s te beheersen met zwaardere maatregelen. Wanneer je afschaalt door je bestaande vloeistofdichte voorziening als aaneengesloten bodemvoorziening aan te melden, vervalt de periodieke ‘vloeistofdicht-certificering’. Ook voor de riolering is dan geen vloeistofdicht-certificaat meer nodig. Anders gezegd zijn het communicerende vaten: voorzieningen afschalen = maatregelen opschalen. Zo houd je grip op je risico’s én je budget. In onderstaande tabel zie je duidelijk hoe dat werkt bij op- en overslag van stoffen en vloeistoffen in verpakking. Zie onderstaande tabel (bron: BB-CVM, pagina 32). Tekst gaat verder na tabel Wat betekent de BB-CVM voor jouw bedrijf? Heeft jouw organisatie nog een bodemrisicoanalyse volgens de oude NRB? Dan is het vaak zinvol om te actualiseren volgens de nieuwe BB-CVM. Dit kan eenvoudig door te beginnen met een transponeringstabel oud-nieuw, waarbij je meteen zicht hebt op verschillen in voorzieningen en maatregelen. BMD Advies helpt je bij: Het in kaart brengen van de gevolgen van de Omgevingswet en de BB-CVM; Het beoordelen van je huidige bodembeschermende voorzieningen en maatregelen (oud-nieuw); Het maken van een onderbouwde keuze voor de toekomst. Ap Kemmeren Adviseur Bodem & partner Bart Willems Adviseur Milieu en Omgeving Deel dit artikel