Blogs / 18 april 2025 Bouwen onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet Dit zijn de eerste ervaringen Met de Omgevingswet 2024 is er veel veranderd, zeker als het gaat om omgevingsvergunningen voor bouwwerken. Zo is er een nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en werd er een splitsing gemaakt tussen ruimtelijk en technisch bouwen. Ook al ligt onze expertise vooral op het gebied van milieu, wij begeleiden ook het bouwkundige deel van de vergunningprocedures. Dit doen we omdat het bouwen, net als de omgevingsvergunning milieu, een integraal onderdeel is van het totale project. Inmiddels begeleiden wij verschillende vergunningprocedures. Onze milieu adviseurs Bas en Robin gaan in deze blog in op de veranderingen en delen hun ervaringen. Splitsing tussen technisch en ruimtelijk bouwen De Omgevingswet 2024 knipt de bouwvergunning op in twee delen: het ruimtelijke en het technische bouwen. Het onderdeel ruimtelijk bouwen bepaalt of bouwen op een bepaalde locatie is toegestaan volgens het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan) en de door de welstandscommissie gestelde eisen. Met het technische aspect van bouwen wordt bedoeld of het bouwplan voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wbk) Voor technisch bouwen krijg je, afhankelijk van het type bouwwerk, te maken met de Wbk. Deze gaat uit van vier gevolgklassen voor bouwwerken. De gevolgklasse geeft aan hoe risicovol een bouwwerk is en of, en zo ja welke toestemming nodig is om te mogen bouwen. Hoe meer mensen zich in het bouwwerk bevinden, hoe groter de gevolgen zijn als er iets gebeurt en dus hoe risicovoller het bouwwerk is. De gevolgklassen zien er als volgt uit: Gevolgklasse 0: vergunningvrij Gevolgklasse I: meldingsplicht en kwaliteitsborger Bouwwerken met een laag risico, bijvoorbeeld (recreatie)woningen en industriegebouwen van maximaal 2 bouwlagen. Gevolgklasse II en III: vergunning technisch bouwen Risicovolle bouwwerken zoals appartementencomplexen, scholen of hotels. Voor deze bouwwerkzaamheden heb je een omgevingsvergunning nodig voor zowel technisch als ruimtelijk bouwen. Deze procedures kunnen tegelijkertijd in gang gezet worden. Wanneer heb je een kwaliteitsborger nodig en wat doet deze? Als je meldingplichtig bent vanuit gevolgklasse I, dan zijn de toetsingsrol en het toezicht op de kwaliteitseisen van de bouwwerken verlegd naar private partijen. Voor bouwwerken in gevolgklasse I moet je namelijk een kwaliteitsborger inhuren. Met zo’n onafhankelijke toetsing tijdens het bouwproces wil de overheid de bouwkwaliteit van de bouwwerken verbeteren, en ook de positie van de opdrachtgever versterken. De kwaliteitsborger houdt toezicht aan de hand van een borgingsplan voor technisch bouwen. Hierin worden verschillende controlestappen inzichtelijk gemaakt. Dit borgingsplan moet tegelijkertijd met de melding Omgevingswet ingeleverd worden. Bij gevolgklassen II en III is geen kwaliteitsborger nodig, omdat de gemeente complexe bouwplannen zelf toetst aan de bouwtechnische voorschriften. De gemeente houdt dan ook toezicht tijdens de bouw. Antwoorden vergunningcheck sluiten niet altijd aan op de praktijk Met de Omgevingswet 2024 kwam er ook een heel nieuw digitaal stelsel. In dit Omgevingsloket doe je een vergunningcheck, vraag je een vergunning aan en vind je de ruimtelijke regels op de kaart. Op zich is dat een mooi systeem, maar het laat zeker in de fase van de vergunningcheck nog wel eens wat steken vallen. Je kunt in de situatieschets vaak niet de diepgang kwijt die je zou willen. Daarom zijn de antwoorden niet altijd even betrouwbaar en ben je evengoed gedwongen om zelf de regels tot in detail uit te pluizen. Zo zien wij in de praktijk vaak dat een bouwwerk in principe voldoet aan de eisen voor gevolgklasse I. Toch moet er dan een vergunning aangevraagd worden, omdat het bouwwerk hoort bij een milieubelastende activiteit die vergunningplichtig is. Dit is één van de uitzonderingen voor gevolgklasse I. Eerste ervaringen positief Al met al kunnen we stellen dat de nieuwe wetgeving met betrekking tot bouwen goed is geland. Onze eerste ervaring met een kwaliteitsborger is positief; deze reageerde snel op onze vraag. Wel vraagt de vergunningcheck-fase om extra aandacht. Hoewel een bouwmelding op het eerste gezicht een snellere route lijkt, is dat in de praktijk vaak niet zo. Waarom? Een bouwmelding moet vier weken vóór de start van de werkzaamheden worden ingediend, en dat mag pas als de bijbehorende vergunning voor de Omgevingsplanactiviteit (OPA) al verleend is. In de praktijk moet je dus vaak eerst wachten op de vergunning voor de OPA voordat je de bouwmelding in kan dienen. Vervolgens moet je alsnog 4 weken wachten ná de melding voordat je mag beginnen met bouwen. Bij een reguliere omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen kun je zowel het ruimtelijk als het technische deel aanvragen en tegelijkertijd indienen. Dit betekent dat je niet eerst hoeft te wachten op het ruimtelijke deel voordat je verder kunt met de rest. Daarom is een bouwmelding niet per definitie sneller dan een reguliere vergunningaanvraag. Bas van Velthoven Adviseur Milieu & Omgeving Deel dit artikel